De apostolische geloofsbelijdenis - ÐпоÑтольÑький Символ Віри
| De Apostolische Geloofsbelijdenis De Apostolische Geloofsbelijdenis, ook wel bekend als De Twaalf Artikelen van het Geloof, is een van de belangrijkste geloofsbelijdenissen in het christendom. De tekst is gebaseerd op verschillende bijbelse passages en werd rond het jaar 170 voor het eerst opgeschreven door de kerkvader Ireneüs van Lyon. Hieronder staat de tekst in het Nederlands en het Oekraïens. |
| Apostolische geloofsbelijdenis | ÐпоÑтольÑький Символ Віри |
| Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde. En ik geloof in Jezus Christus, Zijn enige Zoon, onze Heer, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Heilige Maagd Maria. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, die nedergedaald is naar de hel, de derde dag verrezen uit de doden, die opgestegen is naar de hemel, die zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader. Vandaar zal Hij komen om te oordelen over de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest, de Heilige Christelijke Kerk, de gemeenschap van de heiligen, de vergeving van de zonden, de opstanding van de doden, en het eeuwige leven. Amen. |
Вірую в Бога, ÐžÑ‚Ñ†Ñ Ð’Ñемогутнього, Ð¢Ð²Ð¾Ñ€Ñ†Ñ Ð½ÐµÐ±Ð° Ñ– землі. І в ІÑуÑа ХриÑта, Його Єдиного Сина, ГоÑпода нашого, що був зачатий від Духа СвÑтого, народивÑÑ Ð²Ñ–Ð´ Діви Марії, що Ñтраждав за ÐŸÐ¾Ð½Ñ‚Ñ–Ñ ÐŸÐ¸Ð»Ð°Ñ‚Ð°, був розп'Ñтий, Ñ– помер, Ñ– був похований, зійшов у ад. Третього Ð´Ð½Ñ Ð²Ð¾ÑÐºÑ€ÐµÑ Ñ–Ð· мертвих, возніÑÑÑ Ð½Ð° небеÑа, Ñ– Ñидить праворуч Бога ÐžÑ‚Ñ†Ñ Ð’ÑедержителÑ, звідки прийде Ñудити живих Ñ– мертвих. Вірую в Духа СвÑтого; ÑвÑту Ð’ÑеленÑьку Церкву; ÑопричаÑÑ‚Ñ ÑвÑтих; Ð²Ñ–Ð´Ð¿ÑƒÑ‰ÐµÐ½Ð½Ñ Ð³Ñ€Ñ–Ñ…Ñ–Ð²; воÑкреÑÑ–Ð½Ð½Ñ Ð¿Ð»Ð¾Ñ‚Ñ–, вічне життÑ. Ðмінь. |
"Twee dingen vervullen het gemoed met steeds nieuwe en steeds toenemende bewondering en ontzag, hoe vaker en intenser het nadenken zich erop toelegt: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij.
Дві речі наповнюють душу все новим та зростаючим захопленням і благоговінням, щочастіше і щотриваліше я про них розмірковую: зоряне небо наді мною і моральнісний закон в мені.
"

